
De geschiedenis en oorsprong van de Shiba
De Shiba Inu(Japans: 柴犬) is het kleinste en meest voorkomende van de zeven inheemse Japanse hondenrassen (Nihon Ken). Het ras onderscheidt zich van de overige Nihon Ken doordat het niet naar een geografisch gebied is vernoemd. De Shiba is afkomstig uit een groot verspreidingsgebied in centraal Japan en werd oorspronkelijk gebruikt als jachthond op klein wild en vogels.
Naamgeving
Over de herkomst van de naam bestaan verschillende theorieën:
de roodachtige vachtkleur zou lijken op gedroogd kreupelhout (shiba);
het archaïsche gebruik van het woord Shiba betekende ‘klein’;
de naam zou verwijzen naar de behendigheid van de hond bij het jagen door kreupelhout.
Geschiedenis
Archeologische vondsten tonen aan dat honden met een vergelijkbare bouw als de Shiba al in de Jomon-periode (ca. 14.000–300 v.Chr) in Japan aanwezig waren. Botmateriaal uit schelpenheuvels wijst op overeenkomsten in grootte en structuur met de moderne Shiba. In sommige gevallen werden honden samen met hun eigenaars begraven, wat wijst op een vroege domesticatie en nauwe band.
Een hedendaags subtype, de Jomon Shiba, is teruggefokt om te lijken op deze vroegste honden.
In 1928 werd de Nihon Ken Hozonkai(Nippo – Japanese Dog Preservation Society) opgericht om de inheemse hondenrassen te behouden. In 1936 werd de Shiba door de Japanse overheid erkend als levend natuurmonument. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog daalde de populatie sterk door voedseltekorten en gebruik van honden voor legerdoeleinden. Door fokinspanningen van Nippo-leden bleef het ras behouden, al waren veel bloedlijnen verloren. Sindsdien is de Shiba uitgegroeid tot het meest verspreide Nihon Ken, goed voor circa 80% van de Nippo-registraties.
Uiterlijke kenmerken
De Shiba is de kleinste van de Nihon Ken. Het ras heeft rechtopstaande oren, een gekrulde of sikkelvormige staart en een dubbele vacht bestaande uit een harde bovenvacht en een dichte ondervacht. De vacht is korter dan bij de overige Nihon Ken.
Erkende kleuren: rood, zwart en sesam.
Niet-erkend maar voorkomend: wit/crème (gediskwalificeerd in de Nippo-showring).
Alle Shiba’s dienen de typische urajiro-markeringen te bezitten: lichte, crèmekleurige accenten op buik, borst, benen, wangen en wenkbrauwen.
Grootte:
Reuen: 38–41 cm (Nippo/JKC) of 38,5–41,5 cm (FCI)
Teven: 35–38 cm (Nippo/JKC) of 35,5–38,5 cm (FCI)
Temperament
De Shiba Inu staat bekend als intelligent, alert en energiek, met een sterk onafhankelijk karakter. Het ras wordt zowel in Japan als internationaal gehouden als gezelschaps- en showhond.
Varianten
Naast de standaard Shiba bestaan twee zeldzamere typen:
Jomon Shiba– met langere, smallere snuit en minder uitgesproken stop, gebaseerd op vroege archeologische vondsten.
Mino Shiba– met een diep mahonierode vachtkleur, afkomstig uit de prefectuur Gifu.
Gezondheid
Er zijn relatief weinig gegevens over erfelijke aandoeningen binnen de Shiba-populatie. Bekende gezondheidsproblemen zijn onder meer:
patellaluxatie
heupdysplasie
allergieën
hypodontie
epifora (tranenvloed door afwijkingen in traankanalen)
cryptorchidie

De Shiba met zijn donkere levendige ogen
Deze trouwe dappere hond met zijn toegeknepen ogen bestaat al meer dan 3000 jaar.
Het is een stevig gebouwde hond met een brede kop. een spitse snuit en donkere levendigeogen.
Hij heeft een stugge dichte vacht en een overvloedig behaarde staart.
Gewicht Reu 8 tot 11kg Teef 7 tot 9 kg.
Gemiddelde leeftijd 12 tot 15 jaar.
Hij is intelligent, behendig en altijd actief.
Hij is schoon op zichzelf en onderhoud zijn vacht als een kat.Hij is eigenwijs en koppig en soms heel duidelijk aanwezig of stil in zijn eigen wereldje teruggetrokken. Hij past zich als gezelschapshond en de omstandigheden aan, als hij maar voldoendevrijheid krijgt.
Inderdaad, een Shiba lijkt niet op onze westerse rassen; hij is stil en ondoorgrondelijk.
Hij toont zijn gevoelens niet.Echter, denk maar niet dat hij nietszeggend is, of mat. Hij is juist heel levendig en klein.Een liefdesrelatie met hem is absoluut de moeite waard.De Shiba is altijd een trouwe metgezel van de japanner geweest. Hij jaagde op klein wild, maar waarschijlijk ook op beren hoog in de bergen. Hij bestaat nog steeds, maar speelt een andere rol in ons dagelijks leven.
In Japan is de Shiba erg populair. Je ziet hem zowel in de stad als op het platteland, braaf trippelend aan zijn lijn of vrij aan het rond neuzen in de natuur, maar ook dan blijft hij bij zijn baasje.
Flexibel als hij is, neemt hij de levensstijl van zijn baasje over. Willen ze een jachthond? Daar is hij meteen voor te vinden! Of liever een gezelschap hond? Geen probleem. Hij vindt alles goed, als hij maar genoeg aandacht krijgt.
De Shiba behoort tot de vijfde groep volgens de rassen indeling van de FCI, honden van het keeshond type. De andere Japanse keeshonden heten Akita Inu, Hokkaido, Kai, Kishu, Nihon. Kishu en de Shikoku.